Route-advies centrale hulpverlener
ROUTE-ADVIES
Behandelend arts
Wie dit is, volgt uit de lokale afspraken tussen het hospice en de betrokken artsen. Controleer die afspraken en leg de uitkomst vast in het zorgplan.
Taken van de centrale hulpverlener
Markeert en legt vast
Markeert de palliatieve fase in het zorgplan, bespreekt dit met alle betrokkenen en legt de wensen en behoeften van de cliënt en naasten vast op lichamelijk, psychisch, sociaal en spiritueel vlak. Afspraken gaan proactief naar alle relevante zorgaanbieders, zoals de huisarts, de huisartsenpost en de ggz.
Houdt de regie
Borgt continuïteit en coördinatie in alle fasen van de palliatieve zorg, inclusief de stervensfase. Bij overdracht wordt schriftelijk vastgelegd wie de regie overneemt en wat de actuele zorgbehoeften, doelen en acties zijn op alle vier de dimensies.
Regelt de nazorg
Initieert nazorg voor nabestaanden binnen twee tot drie weken na het overlijden en zorgt dat duidelijk is wie daarvoor verantwoordelijk is.
Uit de praktische matrix
Hospice — Afhankelijk van de behandelconstructie; vaak palliatieve zorg verpleegkundige voor coördinatie
In de terminale fase
Ongeacht de financieringsvorm verdient het aanbeveling dat één persoon expliciet wordt aangewezen als centrale hulpverlener. In de praktijk is dat vaak de palliatief verpleegkundige bij complexe thuissituaties, de regieverpleegkundige bij VPT of MPT, en de specialist ouderengeneeskunde in het verpleeghuis. Dat sluit aan bij proactieve zorgplanning en transmurale samenwerking in de palliatieve fase.